26 dec 2010

De opgave kadert in eerste instantie binnen de vraag naar nieuwe architecturaal-stedenbouwkundige mogelijkheden van een verbrede zorg uitgeschreven door de Vlaams Bouwmeester.


Er zijn enkele directe uitdagingen voor onze westerse samenleving die een rechtstreeks gevolg hebben op onze bebouwde en onbebouwde omgeving. Door ontwikkelingen op medisch gebied worden mensen steeds ouder, en door technische innovaties kunnen meer mensen mobiel en actief blijven. Niet enkel heeft dit als gevolg dat er zowel een vergijzing als een ontgroening vast te stellen is (zowel meer en meer ouderen als minder en minder jongeren zodat er een verschuiving optreed in wat er algemeen verwacht wordt van onze omgeving), maar ook zien we dat er een veel breder gamma aan zorgondersteuning vereist wordt. Deze verbreding van het zorgaanbod leidt vandaag de dag tot het ontstaan van talloze specifieke oplossingen zoals dag- en nachtcentra voor ouderen, jongeren of gehandicapten, kortverblijven, serviceflats, kindercreches, revalidatiecentra, enz. Daar naast ontstaat ook meer en meer een visie dat deze types mekaar moeten aanvullen tot zgn zorgzones, zorgboulevards, enz.

Belangrijk hierbij is de vaststelling dat 90% van de Vlaamse bevolking zo lang mogelijk thuis wil blijven in situaties waar zorg zich meer en meer opdringt (zoals ouderdom, verkeers- of werkongevallen,...). Dit heeft tot gevolg dat er ook daar een gevarieerd aanbod ontstaan wat gericht is op deze thuiszorg (mantelzorg, thuisverpleging, thuishulp, meals on wheels, enz) Echter kunnen we ons de vraag stellen hoeveel druk deze toeleverings “-bedrijven” in de toekomst zullen uitoefenen op bv durzame mobiliteit.

Er is ook een omwenteling te merken vanuit de zorgvragers zelf. Door internet worden de mensen steeds bewuster van de keuzemogelijkheden en gaan ze zich meer en meer gedragen niet meer als patiënten (letterlijk -zij die geduld moeten hebben-) maar als klanten. Een rechtstreeks gevolg van het feit dat de gemiddelde Vlaming nooit zo rijk is geweest als vandaag door een spaar- en eigendomscultuur van meestal tweeverdieners, die daar bovenop meestal ook nog kunnnen genieten van een uitgestelde erfenis. En het is deze zorg “-shop” cultuur die de laatste jaren private investeerders heeft wakker gemaakt om te investeren in diverse zorgarchitectuur. Potentiëel leidt dit evenwel tot een tweesporen oplossing voor rijk en arm, zij die een degelijke, haast luxueuze zorg kunnen betalen en zij die dit niet kunnen. 

Door ontwerpmatig de mogelijkheden van allerhande zorgvragen te bestuderen willen we antwoorden/alternatieven kunnen geven die leiden tot leefbare en geïntegreerde omgevingen/stadsdelen. Het is de bedoeling dat wij vanuit ‘stedelijkheid’ de meerwaarde zoeken (architecturaal en stedenbouwkundig) mbt inpassing van dergelijk project in een bepaalde site.


Het masterplan legt de basisprincipes vast voor de uitwerking van het architectuurontwerp. Het masterplan doet dan ook uitspraken over de algemene inrichting van de site, de organisatie en de beeldkwaliteit van de bebouwde en onbebouwde ruimte, de ontsluiting en de zonering van het gevraagde programma en de fasering van het project